Home  |  Artikels  |  Citaten


Nullius in verba


Jan de Laender, in zijn boek: Het verdriet van Darwin: over de pijn en de troost van het rationalisme, 01-03-2004


Darwins manier van schrijven was die van een man met zin voor fair play; iemand die respect toonde voor de intelligentie van zijn lezers, die bereid was rekening te houden met de redelijke argumenten van een (imaginaire) tegenpartij. Deze manier van schrijven was een van de aantrekkelijkste kanten van de Britse intellectuele traditie. Ze werd al aangeprezen door de stichters van de Royal Society. Deze vereniging die in 1662 in Londen was opgericht, was - met uitzondering van de Accademia dei Lincei (de academie van de lynx) die al in 1603 in Rome was opgericht - het oudste wetenschappelijke genootschap ter wereld. Haar stichters kozen als devies 'Nullius in verba', een samentrekking van een vers van Horatius ('Nullius addictus jurare in verba magistri' - Men is niet verplicht bij de woorden van welke meester ook te zweren). De eerste betekenis van dit devies was zeker de afwijzing van het blinde geloof in autoriteit of openbaring. Maar snel kreeg het ook een vrijere betekenis: laat u nooit overtroeven door woorden, woorden op zich vormen nog geen kennis.

De bedoeling van de Royal Society, zo verklaarde een van haar stichters, was niet "kunstwerken van woorden te bouwen, maar te komen tot een eenvoudige beschrijving van de dingen zelf". De middeleeuwse scholastici, met hun doctor angelicus aan het hoofd, waren ontmaskerd als holle mooipraters, oppervlakkige raisonneurs die hun onwetendheid in barokke woordkastelen hadden weten te verbergen. "De grote overbodigheid van hun gepraat", verklaarde bisschop John Henry Pratt, "zou ons ertoe moeten doen besluiten de welsprekendheid uit onze vereniging te bannen, want ze is dodelijk voor de duidelijkheid en bovendien in strijd met de beleefdheid." De Royal Society vroeg van haar leden "een directe, naakte, natuurlijke manier van spreken; duidelijke uitspraken; klare zinnen... een streven naar mathematische precisie; een voorkeur voor de taal van ambachtslui, landslieden en kooplui boven die van geestigaards en kamergeleerden".

In de continentale intellectuele traditie bestond er een neiging tot obscurantisme; een tendens om duisterheid te verwarren met diepgang. In deze traditie is men maar een diep denker als men ook zichzelf niet meer begrijpt. Deze traditie heeft ons 'des maîtres à penser' geschonken zoals Hegel, Freud en de Grote Franse Onbegrijpelijken van het type Lacan, Bergson en Derrida. Voor de nuchtere Britten, deze natie van winkeliers zoals Napoleon hen had genoemd, was de taal een middel tot communicatie. Net zoals een winkelier eerlijk moet zijn bij het wegen van zijn koopwaar en bij het tellen van zijn pasmunt, moet een intellectueel eerlijk zijn bij het gebruik van woorden. Voor de Victoriaanse wetenschapsman was dit een vorm van elementair fatsoen. Wie spreekt of schrijft, heeft een duidelijkheidsplicht.



Home  |  Artikels  |  Citaten