Home  |  Artikels  |  Citaten


De Opwarming en het geknoei van James Hansen


Michael Fumento, 16 augustus 2007


James Hansen
James Hansen

Achteraf bekeken had men kunnen weten dat er problemen zouden ontstaan wanneer de registratie van de VS-temperaturen toever­trouwd werd aan de mensen die verantwoordelijk zijn voor het Space Shuttle programma. We hoefden dus echt niet te schrikken toen onthuld werd dat NASA zich schromelijk vergist had met de gegevens die constant gebruikt worden door de gevestigde media en andere opwarmingsprofeten.

Wie het opwarmingsdebat volgt "weet" dat volgens de metingen sinds 1880 negen van de warmste tien jaren in de VS werden genoteerd na 1995, met 1998 als het allerwarmste.

Maar wat blijkt? Deze cijfers kloppen niet. De gegevens van NASA's Goddard Institute for Space Studies (GISS) geven momenteel 1934 aan als warmste jaar sinds 1880. 1998 viel terug naar de tweede plaats terwijl het derde warmste jaar lang geleden werd genoteerd in 1921. Inderdaad; vier van de warmste tien jaren behoren tot de jaren '30 terwijl er slechts drie van het laatste decennium zijn.

De echte warmste 15 jaren zijn verspreid over zeven decennia. Acht ervan verstreken vooraleer het voornaamste "broeikasgas," atmosferische koolstofdioxide, aan zijn sterke toename begon; de andere zeven nadien.

Rush Limbaugh had ongelijk toen hij zei dat de nieuwe cijfers "eens te meer bewijzen" dat "dit hele opwarmingsding wetenschappelijk bedrog is". Opwarmingsheethoofden, daarentegen, hebben eveneens ongelijk door vol te houden dat de onthulling niets te betekenen heeft.

Het GISS, met aan het hoofd opwarmingsgoeroe James Hansen, zegt net hetzelfde. Ze hebben ongelijk, gedeeltelijk omwille van het belang van de gegevens en gedeeltelijk omwille van wat omschreven zou kunnen worden als een doofpotoperatie.

Door het bagatelliseren van de herziening, negeert het GISS de enorme emotionele impact die het gehad heeft door de indruk te wekken dat elk jaar warmer is dan het jaar ervoor. In de plaats daarvan merkt het (naar waarheid) op dat de VS slechts twee procent vertegenwoordigen van het totale aardoppervak en bijgevolg de relatief kleine correctie in de VS-cijfers geen wezenlijke impact heeft op het globale beeld.

Maar, merkt de Canadese wiskundige Stephen McIntyre op, die de valse cijfers aan het licht bracht; "De fout van Hansen ... heeft een significante impact op de schatting die GISS maakt van de historiek van de VS-temperaturen ..." (Nadruk toegevoegd.) Is dit belangrijk omdat we een wereldmacht zijn of omdat we de beste gebraden kip­pen pro­du­ceren? Nee, het is belangrijk omdat we een veel geavanceerder systeem van tempe­ra­tuurmeting hebben dan landen met een veel grotere oppervlakte. Daarom beïnvloeden de gegevens van elk van deze landen het totale model veel sterker dan de Amerikaanse gegevens.

"Vele stations in China, Indonesië, Brazilië en elders bevinden zich in stedelijke ge­bie­den," merkt McIntyre op. Dit kan leiden tot hogere temperaturen en toch doen de be­lang­rijkste dataverzamelaars van deze landen, inbegrepen de National Oceanic and Atmosphere Administration, geen enkele poging ter verbetering van data van verkeerd geplaatste meettoestellen. Hoe dan ook vertoont om een of andere reden "de VS-his­to­riek een eerder minimale (opwarmings-) trend sinds de jaren '30, terwijl de rest van de wereld sinds die tijd een zeer duidelijke trend vertoont."

Dus als het Amerikaanse model, dat veruit het meest nauwkeurige is, de standaard zou worden, dan zou dat een zware opdoffer zijn voor degenen die beweren dat we onmid­del­lijk drastische, afschuwelijk dure maatregelen moeten nemen om de opwarming tegen te houden.

Dat GISS dit afdoet als "alleen maar" de VS-gegevens betreffend, valt te vergelijken met een verkoper van tweedehands auto's die volhoudt dat "dit mankement aan de auto on­be­duidend is; het betreft alleen maar het sturen en het remmen."

En dan is er nog de kwestie van hoe de herziening ontstond en in de openbaarheid kwam.

McIntyre ontdekte een fout in de GISS gegevens voor de jaren 2000 tot 2006. Om het eenvoudig uit te drukken; ze waren vergeten de gegevens te corrigeren ter compensatie van de plaats of het tijdstip van de dag waarop de gegevens werden geregistreerd. Nie­mand van het GISS vergeleek de nieuwe gegevens met de oude tot McIntyre dit deed, ook al gaf Hansen later toe dat dit "gemakkelijk aan te passen" viel. McIntyre publi­ceer­de de gegevens op zijn eigen website en slaagde erin het instituut zijn fout te doen toe­ge­ven en de nieuwe cijfers te laten publiceren.

Toch deed het GISS absoluut niets om wetenschappers of het publiek te wijzen op deze nieuwe cijfers. En dit terwijl het dit jaar tot nu toe vijf persmedelingen uitgaf inzake de opwarming, stuk voor stuk alarmerend. De nieuwe cijfers raakten uiteindelijk bekend via de blogosfeer en radiopresentators aangezien de gevestigde media ze aanvankelijk ne­geerden.

Uiteindelijk is de belangrijkste conclusie van dit alles dat het GISS, met wetenschapper-politicus Hansen aan het roer, wiens gegevens veel belangrijker zijn voor het modelleren van de wereldtemperaturen - en bijgevolg van het opwarmingsbeleid - dan het wil toe­geven, niet de neutrale verzamelaar en verspreider is van statistische gegevens, maar eerder een gepolitiseerde megafoon.


Bron: Global Warming and James Hansenís Hacks




Home  |  Artikels  |  Citaten