Home  |  Artikels  |  Citaten


De Dag van het Verstand


Fredric Hamber, The Ayn Rand Institute, 29 augustus 2000


arbeid

Het is goed dat de meest productieve natie ter wereld een vrije dag heeft om haar werk te eren. De hoge levensstandaard die de Amerikanen genieten is welverdiend. Maar de benaming "Dag van de Arbeid" is een vergissing. Wat we zouden moeten vieren is niet gezweet en gezwoeg, maar het vermogen van het menselijk verstand om te denken, uit te vinden, te creëren.

Verschillende eeuwen geleden was het voorzien in de basisbehoeften van het bestaan voor de meeste mensen een dagelijkse opgave. Maar wij genieten vandaag van gemakken waarvan middeleeuwse koningen alleen maar konden dromen. Elke dag brengt een nieuw nuttig huishoudelijk snufje, of een nieuw softwaresysteem om onze productiviteit te verhogen, of een doorbraak in de biotechnologie.

En dus mogen we ons de vraag stellen: waarom hebben wij geen unieke feestdag voor het vieren van de ontwerpers, uitvinders en ondernemers die al deze rijkdom mogelijk maakten - de mensen van het verstand?

Het antwoord ligt in de dominante intellectuele kijk op de betekenis van werk. De meeste hedendaagse intellectuelen, be´nvloed door verschillende generaties van marxistische politieke filosofie, geloven nog steeds dat welvaart gecreëerd wordt door louter fysieke arbeid. Maar de hoge levensstandaard die wij vandaag genieten is niet te danken aan ons spierstelsel en ons fysiek uithoudingsvermogen. Vele dieren zijn heel wat sterker. Wij danken onze relatieve weelde niet aan spierkracht maar aan denkvermogen.

Het menselijk denkvermogen krijgt tegenwoordig een nogal dubbelzinnige erkenning in het modieuze aforisme dat we in een "informatietijdperk" leven waarin onderwijs en kennis de sleutels zijn voor succes. De suggestie hierbij is echter dat vˇˇr de uitvinding van de siliciumchip de mens in staat was om te gedijen als een hersenloze automaat.

Het belang van kennis voor de vooruitgang is geen recente trend, maar een metafysisch feit van de menselijke natuur. Het brein van de mens is zijn overlevingswerktuig en de bron van elke vooruitgang in de materiële welvaart doorheen de geschiedenis, van de beheersing van vuur, de uitvinding van de ploeg, de ontdekking van elektriciteit tot de uitvinding van het laatste nieuwe kankermedicijn.

In tegenstelling tot de marxistische veronderstelling dat welvaart gecreëerd wordt door arbeiders en "uitgebuit" door degenen die aan de top staan van de piramide van talent, zijn het deze laatsten die de waarde verhogen van de arbeid van hen die zich onderaan bevinden. Onder het kapitalisme doet een man die alleen zijn fysieke arbeid te verhandelen heeft groot voordeel door te profiteren van de vruchten van hersenen die creatiever zijn dan de zijne. Het werk van een bouwvakker, bijvoorbeeld, wordt veel productiever en waardevoller gemaakt door de uitvinders van de pneumatische hamer en de graafmachine, en door de vooruitziende ondernemers die zulke werktuigen op de markt brengen en verkopen aan zijn werkgever. Een ander voorbeeld is het werk van een kantoorbediende dat efficiënter gemaakt wordt door de uitvinders van kopieermachines en faxtoestellen. Door de menselijke vindingrijkheid te gebruiken om de menselijke noden te lenigen wordt de fysieke arbeid lichter en productiever.

Een geschikt symbool voor de theorie dat zweet en spieren economische waarde voortbrengen kan men zien in de propaganda-affiches van het Sovjettijdperk die de mens afbeeldden als een hersenloze gespierde robot met een wezenloos, universeel gezicht. In de praktijk leidde die theorie tot chronische hongersnoden in een samenleving die niet in staat was om de meest elementaire levensbehoeften te produceren.

Een cultuur kan maar bloeien in de mate dat ze geleid wordt door rede en wetenschap, en stagneert in de mate dat ze geleid wordt door brute kracht. Maar het belang van het verstand in de menselijke vooruitgang werd ontweken door de meeste intellectuelen van de afgelopen eeuw. Zo beschrijft George Orwells roman 1984 een totalitaire staat die in zekere zin een hoogontwikkelde technologische samenleving is. Orwell toont het onmogelijke: technologie zonder de hersenen om ze te produceren.

De knapste koppen zijn altijd de eersten om een dictatuur te ontvluchten of om hun creatieve inspanningen te staken. Een totalitair regime kan mensen dwingen om fysieke arbeid te verrichten, maar het kan een genie niet dwingen om te creëren noch een zakenman verplichten om rationele beslissingen te nemen. Een slavendrijver kan een man dwingen om pindanoten te oogsten, maar alleen in vrijheid kon George Washington Carver technieken ontdekken om de oogstopbrengst te verhogen.

Wat we zouden moeten vieren is de vonk van genialiteit in de wetenschapper die voor het eerst een wet van de fysica ontsluiert, in de uitvinder die deze kennis gebruikt om een nieuwe machine of een nieuw apparaat te ontwerpen, en in de zakenman die deze ideeën dagelijks vertaalt in tastbare rijkdom.

Laat ons op de Dag van de Arbeid hulde brengen aan de ware oorsprong van productiviteit en welvaart: het menselijk verstand.

Bron: Time to Celebrate Man's Mind



Home  |  Artikels  |  Citaten