Home  |  Artikels  |  Citaten


De ongemakkelijke waarheid over biobrandstoffen


Johan Branders, 24-02-2007


biodiesel

Minister van Leefmilieu Bruno Tobback ziet wel iets in een dictatuur om de wereld te redden van de ondergang, zo verklaarde hij onlangs in De Standaard. "Bijna elke politicus weet wat je moet doen om het klimaatprobleem aan te pakken. Er is alleen geen enkele politicus die weet hoe hij daar­na nog moet verkozen raken," aldus Tobback [1]. Wat hij er niet bij zei is dat de Europese politici daar allang iets op gevonden hebben. Zij laten hun draconische maatregelen uitwerken in Europese richtlijnen door onverkozen eurocraten. Daarna moeten die richtlijnen in alle lidstaten omgezet worden in nationale wetgeving en dus wassen onze politici hun handen in de onschuld.

Een van die maatregelen is de verplichte invoering van biobrandstoffen. De Europese richtlijn van 17 mei 2003 (2003/30/EG) bepaalt dat tegen eind 2010 in de lidstaten minstens 5,75% van de brandstof voor wegtransport van biologische oorsprong moet zijn. Op die manier willen de Europese bureaucraten de CO2-uitstoot verminderen. De achterliggende redenering is dat er tijdens de verbranding van biobrandstoffen niet méér CO2 vrijkomt dan er tijdens de teelt van de energiegewassen, waaruit ze gemaakt worden, is gebonden. De biobrandstoffen zijn daardoor "CO2-neutraal".

Maar die redenering klopt niet. Men gaat er stilzwijgend van uit dat energiegewassen gekweekt worden op plaatsen waar voorheen geen planten, grassen, onkruiden of bomen groeiden. Maar dat is helemaal niet het geval. Zonder energiegewassen wordt er ongeveer evenveel CO2 opgenomen uit de atmosfeer dan met energiegewassen. Biobrandstoffen zijn dus net zomin CO2-neutraal als fossiele brandstoffen.

Maar dat is nog niet alles. Bij het kweken van energiegewassen wordt gebruik gemaakt van meststoffen, pesticiden en landbouwmachines voor het ploegen, zaaien, rooien en transporteren van de gewassen. De omzetting van biomassa in biodiesel of bio-ethanol (biobenzine) vereist dan weer het gebruik van chemicaliën en technologische installaties voor fermentatie en distillatie. Voor dit alles wordt intens gebruik gemaakt van fossiele brandstoffen. Uit een recente studie van de Gentse universiteit blijkt dat voor de productie van biodiesel en bio-ethanol respectievelijk eenderde en eenvierde (fossiele) brandstof nodig is [2].

De onderzoekers kwamen bovendien tot de opmerkelijke vaststelling dat de productieketens van energiegewassen een bijzonder lage efficiëntie hebben: de fractie van de zonne-energie die uiteindelijk vastgelegd wordt in biobrandstof is slechts in de orde van 0,5%. Als men dus een hectare energiegewassen zou vervangen door een hectare fotovoltaïsche cellen met een rendement van 15%, dan zou men tot 30 keer meer energie uit dezelfde hoeveelheid zonne-energie halen!

Het hoeft dan ook niet te verbazen dat een enorme hoeveelheid bijkomende landbouwgrond vereist is voor de realisatie van de bewuste richtlijn. Als België 5,75% biobrandstoffen wil mengen in de diesel en benzine aan de pomp, dan moet er jaarlijks respectievelijk ongeveer 290.000 hectare koolzaad verbouwd worden voor productie van biodiesel en 84.000 ha tarwe of 40.000 ha suikerbieten voor productie van bio-ethanol [3]. Met een oppervlakte braakliggende grond van ongeveer 30.000 ha [4] betekent dit dat er minstens 300.000 ha natuurgebied en bossen zullen moeten ingepalmd worden als extra landbouwgrond. Om te voldoen aan de wereldwijde vraag naar biobrandstoffen zullen er dus massaal bossen en regenwouden gekapt moeten worden om de totale landbouwproductie op peil te houden. Dit gebeurt nu al in Zuidoost-Azië en Zuid-Amerika. Vandaar dat biodiesel ook wel ontbossingsdiesel wordt genoemd.

Het verplichte mengen van biobrandstoffen met benzine en diesel zal dus zorgen voor een aanzienlijke verhoging van de CO2-uitstoot en een massale ontbossing, hetgeen de aanhangers van Al Gore aan het denken zou moeten zetten. Maar het allerbelangrijkste argument tegen biobrandstoffen is van economische aard. Door de lage efficiëntie van energiegewassen en het bijkomende energieverbruik tijdens de productie, zijn bio-ethanol en biodiesel drie tot vier keer duurder dan fossiele brandstoffen [3]. Tel daarbij de landbouwsubsidies, de extra subsidies voor energiegewassen [5], de stijgende prijzen voor landbouwproducten door de expansie van de vraag naar energiegewassen en zelfs het kleinste kind snapt dat richtlijn 2003/30/EG ons een enorme financiële aderlating zal bezorgen voor niets.

De vraag is echter wie die onzinnige verplichting ooit nog gaat kunnen terugdraaien. Wie zal ons beschermen tegen de gevaren van goede bedoelingen? Wie verlost ons van de Europese dictatuur? Op Bruno Tobback hoeven we alvast niet te rekenen.


[1] De Standaard, 5 februari 2007
[2] Persbericht RUG van 29 juni 2005 - Hoe groen zijn biobrandstoffen?
[3] Achtergronddocument Biobrandstoffen van de Vlaamse Gemeenschap ter voorbereiding van de Ronde Tafel op 8 maart 2005
[4] Landbouwtelling 2005
[5] In Vlaanderen bedraagt de extra premie voor energiegewassen momenteel 45 Eur/ha




Home  |  Artikels  |  Citaten