Home  |  Artikels  |  Citaten


Vrijspraak voor Fidel Castro?


Humberto Fontova, 15 augustus 2006


Castro

"U mag mij duizendmaal schuldig verklaren," zei Adolf Hitler tijdens de rechtszaak in 1924 voor zijn mislukte Rathaus putsch, "de eeuwige rechtbank van de geschiedenis zal mij vrijspreken."

"Veroordeel me, het maakt niets uit" verklaarde Fidel Castro tijdens de rechtszaak in 1953 voor zijn mislukte Moncada putsch, "de geschiedenis zal mij vrijspreken."

De jonge Fidel Castro was een expert in Nazi praalvertoon, dikwijls op de campus te zien met zijn beduimeld exemplaar van Mein Kampf, zij aan zij met zijn pistool. Zijn titel van Lider Maximo is zonder meer een kopie van het Duitse woord Führer.

Door de jaren heen heeft een gevarieerd assortiment van vreemde fans en sympathi­santen Castro overladen met lofbetuigingen. "Cuba's Elvis!" (Dan Rather). "Castro is een van de eerlijkste en moedigste politici die ik ooit ontmoet heb! Viva Fidel!" (Jesse Jackson). "Als je gelooft in vrijheid, gerechtigheid en gelijkheid dan kan je niet anders dan Fidel Castro steunen!" (Harry Belafonte). "Castro is een genie en Cuba is een paradijs!" (Jack Nicholson). "De grootste held van de eeuw!" (Norman Mailer). "Een formidabele kerel!" (Ted Turner).

Spijtig genoeg blijft de waanzin omtrent Fidel Castro niet beperkt tot de waanzinnige kringen. "Castro heeft goede dingen gedaan voor Cuba." (Colin Powell), "Castro heeft een smeerlap buitengegooid en Cuba's armen bevrijd." (wijlen Stephen Ambrose, America's best verkopende historicus). The London Times, die beschouwd wordt als een van 's werelds best geïnformeerde en meest gerespecteerde kranten, geeft in een recent hoofdartikel over Castro's erfenis de mainstream of zelfs de respectvolle conservatieve visie op Fidel Castro.

"Castro kan terugblikken op een aantal onbetwistbare verwezenlijkingen," start het London Times artikel. "Om te beginnen trotseerde hij 's werelds machtigste natie, amper 90 mijl van haar kust, en kon hij het verhaal navertellen."

Geen enkel traktaat of epistel over Castro - in gelijk welke taal, in gelijk welk medium, van gelijk welke politieke strekking - slaat dit cliché over. Laten we dit historische "trotserings"-record eens van naderbij bekijken.

"Wij hebben Castro aan de macht gebracht," verklaarde de voormalige VS ambassa­deur van Cuba, Earl T. Smith, ronduit tijdens een getuigenis voor het Congres in 1960. Hij verwees naar de rol van het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken en de CIA in de hulp aan Castro's rebellen, alsook naar het officiële bevel van de VS aan Batista om afstand te doen van de macht in Cuba. Ambassadeur Smith wist iets over deze gebeurtenissen omdat hij de boodschappen persoonlijk aan Batista had bezorgd.

Bij Castro's "trotsering" van de VS in die tijd hoorde ook het opstrijken van een check van 50.000 dollar afkomstig van de CIA agent in Santiago, Robert Weicha. "Mijn staf en ik waren allemaal Fidelistas," pochte Robert Reynolds, de CIA "Caribbean Desk" specia­list van de Cubaanse Revolutie van 1957 tot 1960.

Nadat Batista gevlucht was en Castro de macht had gegrepen veranderden de VS inderdaad plotseling de diplomatieke procedures: nog nooit in de geschiedenis hadden we zo snel de diplomatieke erkenning verleend aan een Latijns-Amerikaans land dan toen. De VS gaven Castro's regime sneller hun officiële zegen dan dat van Batista in 1952, en schonken met gulle hand 200 miljoen dollar aan subsidies. In augustus 1959 waarschuwde de linkse VS ambassadeur in Cuba, Philip Bonsal, Castro voor een samenzwering van Cubanen tegen zijn regime. Ambassadeur Bonsals bezorgdheid voor een regime dat op dat moment zijn land vergeleek met "een gier die aasde op de mensheid!" en zich klaar hield om 2 miljard dollar te stelen van Amerikaanse aandeelhouders, was gedeeltelijk verantwoordelijk voor de mislukking van het anti-Castro complot, de opsluiting of executie van honderden samenzweerders, en het overleven van het regime dat er 3 jaar later bijna in slaagde vele van de grootste Amerikaanse steden (inbegrepen die van Bonsal) plat te bombarderen met kernraketten.

Mc George Bundy
Mc George Bundy

"Niets dan geruchten van vluchtelingen," waren de woorden waar­mee Kennedy's Nationale Veiligheidsadviseur en voormalige Harvard decaan, Mc George Bundy, antwoordde op berichten over Sovjetraketten in Cuba. Cubaanse bannelingen riskeerden hun le­ven voor het bekomen van deze informatie. "Er is niets in Cuba dat een bedreiging vormt voor de VS," vervolgde hij, met moeite zijn minachting verbergend voor deze raketten-kletskousen. "Er is niet de minste waarschijnlijkheid dat de Sovjets of de Cubanen offen­sieve wapens zouden installeren op Cuba." Zo stelde de zelfver­ze­kerde Bundy het Amerikaanse volk gerust terwijl hij te gast was in het tv-programma Face the Nation. Dat was op 14 oktober 1962.

Precies 48 uur later lagen er U-2 foto's op J.F. Kennedy's bureau waarop de "vluchte­lingen­geruchten" te zien waren, opgesteld in Cuba, gewapend met kernkoppen en rechtstreeks gericht op Bundy en zijn voltallige staf van pientere Ivy League fenomenen.

Maar denk nu niet dat de crème de la crème zich hierdoor uit het lood liet slaan. Geen denken aan! Het Camelot dream team zette zich schrap, rolde de mouwen op en ging voluit voor de frontale confrontatie.

"We eindigden exact met wat we altijd al gewild hadden," schrijft Nikita Chroesjtsjov over zijn agressief gemarchandeer. "Veiligheid voor Fidel Castro's regime en de Amerikaanse raketten verwijderd uit Turkije. Tot op vandaag hebben de VS zich gehouden aan hun belofte om zich niet te bemoeien met Castro en om niemand toe te laten zich te bemoeien met Castro (mijn cursivering). Na de dood van Kennedy verzekerde zijn opvolger Lyndon Johnson ons dat hij de belofte zou houden om Cuba niet aan te vallen." Als Gerald Fords minister van Buitenlandse Zaken hernieuwde Henry Kissinger deze plechtige belofte.

Na de Rakettencrisis-"resolutie" bestond Castro's "trotsering" van de VS erin dat de VS Kustwacht en zelfs de Britse Marine (toen sommige onverschrokken verbannen vrijheidsstrijders hun operatie naar de Bahama's verplaatsten) hem beschermden tegen aanvallen van bannelingen. Verre van het "trotseren" van een supermacht, verborg Castro zich achter de rug van twee supermachten, plus het Britse Rijk.

"(Castro) kan uitpakken met een aantal echte verwezenlijkingen," beweert The London Times. "Onder zijn bewind heeft het verarmde Caraïbische eiland een gezondheids- en onderwijssysteem gecreëerd dat door vele rijkere landen benijd wordt (...) en er is bijna geen analfabetisme op het eiland." Van Londen tot Tokyo, van Parijs tot Bangkok, van New York tot Madrid wordt deze bewering uitgebazuind bij elke vermelding van Castro in de media.

Voor de goede orde: in 1958 had dat "verarmde Caraïbische eiland" een hogere levensstandaard dan Ierland of Oostenrijk, bijna het dubbele inkomen per hoofd van Spanje en Japan, meer dokters en tandartsen per hoofd dan Groot-Britannië en een lagere kindersterfte dan Frankrijk en Duitsland - de 13de laagste ter wereld, om precies te zijn. Vandaag komt Cuba's kindersterftecijfer - ondanks het hoogste abortuscijfer van het halfrond, wat het kindersterftecijfer naar omlaag haalt - op de 24ste plaats vanaf de top. Dus in verhouding met de rest van de wereld is de gezondheidszorg in Cuba achteruitgegaan onder Castro. En een land dat vroeger een massale inwijking kende van Europese immigranten heeft machinegeweren, waterkanonnen en tijgerhaaien nodig om zijn bevolking binnen zijn grenzen te houden terwijl half uitgehongerde Haïtianen op amper 100 kilometer afstand hun neus ophalen bij de gedachte om naar Cuba te emmigreren. In 1958 was 80 percent van de Cubanen geletterd en van alle Latijns-Amerikaanse landen spendeerde Cuba het meest aan onderwijs per hoofd van de bevolking.

Tijdens zijn onafhankelijkheidsoorlog omstreeks de eeuwwisseling werd Cuba volledig verwoest en verloor daarbij een kwart van zijn bevolking. Dus Cuba's prestaties inzake nationale welvaart, gezondheidszorg en onderwijs zijn praktisch vanuit het niets opgebouwd en in amper iets meer tijd dan Castro's termijn aan de macht. Kan iemand die nog bij zijn volle verstand is beweren dat met deze gegevens - en met de Cubaanse uitgaven voor openbaar onderwijs in het achterhoofd - het analfabetisme niet binnen een paar jaartjes zou uitgeroeid zijn? Sterker nog, de Cubanen zouden vandaag niet alleen geletterd zijn, maar geïnformeerd, met de mogelijkheid om George Orwell en Thomas Jefferson te lezen naast de boeiende wijsheid en het sprankelende proza van Che Guevara. Een uittreksel:

"In de mate dat we concrete successen boeken op theoretisch vlak - of, vice versa, in de mate dat we theoretische besluiten trekken met een ruim karakter op basis van onze concrete onderzoeken- zullen we een waardevolle bijdrage hebben geleverd aan het Marxisme-Leninisme en aan de zaak van de mensheid."

Ik citeer "deze intellectueel, dit meest complete menselijk wezen van onze tijd" (Jean Paul Sartre's beschrijving van Che Guevara) letterlijk. De gevangenissen zijn op Cuba niet de enige folterkamers. Met zulke leesopdrachten komen de Cubaanse klaslokalen ruimschoots in aanmerking voor een onderzoek door Amnesty International.

Zonder Castro was Cuba's geletterdheid waarschijnlijk even snel tot stand gekomen en zonder vuurpelotons, massagraven en een hogere verhouding aan politieke gevangenen dan onder Stalin. De meeste Latijns-Amerikaanse landen met een lagere alfabetiserings­graad dan Cuba in 1958 hebben dat dan ook gedaan.

"Tijdens de 80'er jaren," vervolgt het Times artikel, "kon men nog altijd met recht en rede beweren dat Cuba's dictatuur te verkiezen viel boven haar door de VS gesteunde tegenhangers in Chili, Argentinië, Nicaragua of El Salvador, die een stap verder gingen door het vermoorden van duizenden van hun burgers."

Hiervan slaat een mens achterover van verbazing. Vergeet eventjes dat geen enkele van deze regimes het eigendomsrecht, de vrijheid om te reizen en de vrijheid van meningsuiting afschafte. Geen van hen posteerde verklikkersgroepen in elk stadsblok. Vergeet dat Pinochets Chili en Somoza's Nicaragua verre van "door de VS gesteunde tegenhangers" waren, maar economische sancties opgelegd kregen van Jimmy Carter. Vergeet de bijkomstige onwetendheid; laat ons kijken naar de centrale dwaasheid.

Je zou het graag anders zien, je tast naar een rechtvaardiging, je hoopt dat je het verkeerd gelezen hebt - maar er valt niet aan te ontsnappen: de redactie van 's werelds meest prestigieuze krant weet niet dat Castro's regime mensen vermoord heeft.

zwartboek van het communisme

Nochtans is Castro's score gemakkelijk te achterhalen. Je hoeft niet eens het geraaskal van een of ander bizar schandaalblad in Miami te consulteren. Open gewoonweg het Zwartboek van het communisme, geschreven door Franse wetenschappers en gepubliceerd in het Engels door Harvard University Press, niet bepaald een voorpost van de rechtse samenzwering, noch van maniakken uit Miami. Hier vind je een score van 14.000 executies door Castro's vuurpelotons. "De feiten en cijfers zijn onbetwistbaar. Niemand kan nu nog onwetendheid of onzeker­heid aanvoeren aangaande de criminele natuur van het communisme" schreef The New York Times (jawel!) over het Zwartboek van het communisme.

"De cumulatieve impact (van het Zwartboek voor communisme) is overweldigend," zei een recensie in de prestigieuze krant met de naam The London Times! Dus volgens een wetenschappelijk werk dat dweperige recenties kreeg in The Times zelf, had Castro's regime het vermeende moordcijfer van Pinochet (3000) bijna vervijfvoudigd. En dan gaat het alleen nog maar over de vuurpelotons van communistisch Cuba.

Het Cuba Archive project van wetenschappers Maria Werlau en Armando Lago legt de dodentol van Castro's regime, inclusief de doden op zee en de wanhopige anti-communistische opstand van begin jaren '60, op 102.000. Dit project werd geprezen door iedereen van The Miami Herald (alweer geen rechtse voorpost) tot The Wall Street Journal. Je verstand staat stil bij de onwetendheid van The Times tot je bedenkt dat zulke onwetendheid zowat universeel is als het over Cuba gaat.

"Dat Castro zo'n lange tijd heeft kunnen standhouden komt gedeeltelijk omdat de VS hem zovele propagandawapens in handen gespeeld hebben om de Cubanen aan zijn zijde te scharen," beweert het Times artikel.

Voor de goede orde: uit een recente peiling die clandestien gehouden werd in Cuba door Spaanse enquêteurs over de impact van de "VS-blokkade" bleek dat een derde van de ondervraagden de zogenaamde "Yankee blokkade" als oorzaak aanwezen voor Cuba's onheil, een bewijs dat het Cubaanse volk helemaal niet zo dom is als de intellectuelen en reporters die onophoudelijk de bewering van The Times nakakelen.

Ten slotte brengt het Times artikel de genadeslag met een ander academisch mantra: "El Comandante heeft standgehouden gedurende vijf decennia van economische sancties en een door de VS gesponsorde poging tot invasie."

Voor de goede orde: tijdens de vernieuwing van het Kennedy-Chroesjtsjov akkoord in 1975 heeft Kissinger het embargo gedeeltelijk opgeheven, waardoor alle buitenlandse dochters van VS-ondernemingen werden toegelaten handel te drijven met Cuba. Zelfs dat is nu achterhaald. VS-bedrijven hebben recentelijk voor meer dan 1 miljard dollar rechtstreekse zaken gedaan met Cuba. Momenteel zijn de VS Cuba's grootste voedingsleverancier en vierde grootste importeur.

En iedereen die iets afweet over de details van de Varkensbaai-invasie, weet dat de verwijzing ernaar als "door de VS gesponsord" de definitie van "sponsoring" geweld aandoet. Zie hier voor de details.

Welnu, had Richard Nixon de presidentsverkiezingen van 1960 gewonnen, dan was "door de VS gesponsord" juist geweest (alhoewel ze dan "Trinidadinvasie" zou genoemd zijn naar de oorspronkelijke - en betere - landingsplaats). Sterker nog, niemand zou het dan nog een "poging tot invasie" noemen. Of nog sterker, een zekere obscure en allang doodgebleven Latijns-Amerikaanse bandiet genaamd Fidel Castro zou minder plaats verdienen in een encyclopedie dan Pancho Villa - en al helemaal geen vermelding in The London Times.

Bron: Historians Have Absolved Fidel Castro



Home  |  Artikels  |  Citaten